MIJN TIJD (concept)

maandag 18 november 2019

Beste Lezer,

Sinds 1981 ben ik “Kleine Ondernemer Kunstenaar” met een diploma AudioVisueel aan de Rietveld Academie. Sindsdien staan er verscheidene kunstenaars initiatieven op mijn naam, veelal in de digitale kunsten. Daarnaast doceerde ik aan het Sandberg Instituut , de Hogeschool der Kunsten Utrecht, stichtte ooit het Medialab op de Rietveld Academie en geef vandaag de dag (soms) projectlessen ‘Micro Skills’ aan de HKU. zie voor meer petermertens.nl

Bijgaand mijn opzet voor lesprogramma voor ‘een creatieve lesdag op een basisschool’.

Vriendelijke groet,

Peter Mertens

MIJN TIJD

Thaumascoop in filmmuseum EYE

In vier rekbare dagdelen introduceer ik – en onderzoeken we – het kunstzinnig begrip TIJD én bedenken en maken we – geïnspireerd door het hedendaagse gifje – een flipboekje van twee plaatjes én een tollend viltje: een thaumascoop.

Introductie

Mijn achtergrond in de kunst zijn de digitale media. Ooit noemde ik dat vierdimensionaal ontwerpen. De tweede dimensie is plat, de derde een ruimte in de vierde komt de factor tijd erbij, en dus komen de dingen in beweging. Snel en langzaam, dichtbij en heel ver weg. En dat prikkelt dan weer voorstellingsvermogen, kijken of iets dat er niet is er zou kunnen komen. Of het nu ingesloten tussen wat was en wat gaat komen. Jazeker.

Mijn lessen voor basisschoolleerlingen verschillen in doelstelling, vorm en opzet welbeschouwd niet van die ik aan academies en hogescholen heb gegeven. Natuurlijk las en begrijp ik de criteria die bijvoorbeeld in het “Tool” lesprogramma worden vernoemd en onderschrijf ik die; orde, regelmaat en voorspelbaarheid staan voorop, het tegenvoet doet ook een beetje mee, voor het evenwicht.
In de kern zit abstract denken, praktische doen, ervaren door oefenen.

Doelen

Er zijn dagdoelen te behalen en is er een achterliggende gedachte: door zélf dingen te bedenken en te maken leer hoe de wereld om je heen werkt én hoe je daar zelf aan kan bijdragen, of er verandering in aanbrengen, als dat nodig zou zijn.

Je hebt je leven zelf in de hand.
Dat is een belangrijke vaardigheid die je je eigen maken kan.

Tijd Lessen

De les bestaat uit een aantal vaste elementen en simpelweg uit vier dagdelen, zijn kneedbaar en er zit rek in, er kan gebrabbeld in een aantal verwisselbare onderdelen, waarvan hieronder een aantal voorbeelden staat. Het kan kort of breed, snel én langzaam. Er zal worden geïmproviseerd rond thema’s en ankerpunten. De leerlingen maken wat, én maken wat mee; ze leren.
Altijd zijn er te bereiken doelen, is er een begin en eind.

HOE DAN?

Dagdeel 1 is wederzijdse kennismaking en bespiegelen.

Dagdeel 2 is onderzoeken, fantaseren en een plannetje maken.

Dagdeel 3 is oefenen en maken.

Dagdeel 4 is terugkijken wat leuk of mooi is.

(* ik denk deze lessen ook in acht wekelijkse uren te kunnen geven…)

KADER: verwisselbare onderdelen bijvoorbeeld:
  • Met een uitleg over wat we gaan doen die dag. Helder uiteengezet. De dingen die we gaan (leren) maken als doel.
  • Ik vertel over eerder werk in de kunst aan de hand van bijvoorbeeld DaDakunstenaars die beweging in schilderkunst introduceerden.
  • ELEMENTEN DIE afhankelijk van tijd en plaats aan de orde kunnen komen.

  • Oefeningen. Iets heel snel doen Iets heel langzaam doen

  • Tellen tot honderd, hoe lang is dat
  • Voorlezen
  • De fabel van de schildpad en de haas
  • Filosofische vraag: is het beter 10 dingen snel te doen met twee fout, of alle 10 goed maar (te) langzaam.
  • De dag begint met voorstellen natuurlijk. Improviserend en wel vraag ik eerst ieder zijn naam te noemen, maar dan ook wie er alle namen snel op kan noemen. Vervolgens samen alle namen héél langzaam opnoemen. Aldus het thema tijd introducerend.
  • Dan een oefening in inbeelding. Hoe ziet de afwezige juf of meester eruit? Samen maken we een tekening. Wat voor een kleren de leerkracht aangehad hebben?

WAT MAKEN WE?

  1. De thaumascoop. U weet wel, Een bierviltje met aan de ene kant een vogeltje, aan de andere kant een kooi. Twee gaatjes waar een elastiekje doorheen kan, dan opwinden en tollen maar. De vogel lijkt gevangen. Net zo makkelijk: Een vis in een kom, en het viltje op een rietje, dat je fijn rond kan wrijven tussen je handen.

Bij het maken hangt het van de leeftijd en groep af.

Eerst maken we allemaal dezelfde, ik doe elke stap voor. Materiaal uitdelen, groepjes maken.
Als dat gelukt is presenteren we ze aan elkaar en denken na over de betekenis, en bedenken iets beters van dieren in kooien en kommen.
Die worden gemaakt en allemaal voor de klas getoond.

Benodigd: bierviltjes, wit papier, lijm, prikkertje, potlood, gum, elastiekjes

2.

Een flipboek van twee plaatjes

Benodigd: tekenpapier, schaar, potlood, gum.

Een herhaling van oefening, maar alweer meer een verhaal.
Een knipoog, een nies. De kracht van de herhaling, die langzaam een verhaal wordt.

enzovoort

Oefening: iets bedenken. Kan je je voorstelde dat iets er is dat er (nog) niet is.

KADER 2: DINGEN OM TE LATEN ZIEN EN HET OVER TE HEBBEN
Tussendoor: oordelen over kunst is iets mooi of leuk.

Voorbeelden

Tijdschrift 1964 door mijzelf in 1980 vervaardigd tijdschrift over TIJD.

En dan ook ook ‘echte’ kunstenaars die het thema tijd behandelen: On Kawara, Marina Abramovich, en veel meer. Een zee om uit te drinken…

wordt vervolgd en geordend en geredigeerd

″beautiful″ (″schön″) or ″nice″ or (″fein″) – , Mooi is Leuk

Mooi is Leuk.

Nice is Nice.

(well, instead of reading this, it would be better to visit an exhibition. Even if it is bad art, the change you come up with good ideas on your own after looking instead of reading is .¿. %)

https://en.wikipedia.org/wiki/Lectures_and_Conversations_on_Aesthetics,_Psychology,_and_Religious_Belief

Lectures and Conversations on Aesthetics, Psychology, and Religious Belief

Lectures and Conversations on Aesthetics, Psychology, and Religious Belief (German: Vorlesungen und Gespräche über Ästhetik, Psychoanalyse und religiösen Glauben) is a series of notes transcribed by Yorick Smythies, Rush Rhees, and James Taylor from assorted lectures by Ludwig Wittgenstein, and published in 1967.[1] The lectures, at which Casimir Lewy was present, contain Wittgenstein’s thoughts about aesthetics and religion, alongside a critique of psychoanalysis. Wittgensteinian fideism originates from the remarks in the Lectures. It is noteworthy that Eberhard Bubser in the introduction of the German edition states that: ″Wittgenstein would surely have not approved this release […]″ (″Wittgenstein hätte diese Ausgabe bestimmt nicht gebilligt […]″).[2]

Lectures on Aesthetics

One question Wittgenstein raises in his Lectures on Aesthetics is how we learn to use and recognize the words used to make an aesthetic judgment, such as ″beautiful″ (″schön″) or ″nice″ or (″fein″).[2] He suggests that these words are firstly and often used like interjections or gestures. Wittgenstein also notes that we seldom use these words in everyday language to make aesthetic judgments, but rather use words like ″right″ (″richtig″) or ″correct″ (″korrekt″).[2] With regard to aesthetic pleasures, he also names a question that is recently under debate in aesthetics: How are distinctly aesthetic pleasures different from more ordinary pleasures? He makes a point in stating that ″One uses the same term in both cases […]″ (″ Man gebraucht in beiden Fällen […] dasselbe Wort″).[2]

A recurring theme in these lectures is also Wittgenstein’s firm rejection of the possibility that psychology may explain aesthetic experiences or judgments. This opinion is based on Wittgenstein’s view that psychological (behaviorist) experiments would generate results based on mere descriptions of behavior and generalizations across large numbers of observers.

Lectures on Religious Belief

In his Lectures on Religious Belief (Vorlesungen über den religiösen Glauben), Wittgenstein argues, among other things, that superficial grammatical similarities in the forms of both religious and factual statements mislead us into believing that they are fundamentally identical states of “belief.” This grammatical similarity, Wittgenstein argues, is merely a parallel expression of drastically different processes. “The expression of belief”, Wittgenstein notes, “may play an absolutely minor role.”[3]

References

Introduction

INTRODUCTION

Yariv Alterfin used a kind of visual logo to brand his activities.
The tuning fork looks like an Y and sounds like an A, to resemble his initials. So Y is a question A is and answer which is Yes, of course.

Do create good art, do draw attention.

This Syllabus has the intention to give you answers to some questions, but be aware those answers come should read as a new question of course.

And, not even to be humble, this is written by me, Peter Mertens, from a personal point of view and experience. (So far so good I did manage to draw some attention, though on a local level. My claim to fame, 25 years ago I was one of the initiators of park4dtv, which just last week was added in its entirety (~1500 hours of “Pure Image and Sound”) to the collection of the (local) Stedelijk Museum. I don’t think my own contributions are considered good art, most likely contributions to Park from Yariv are. So what I mean to say is being a cultural entrepreneur for 36 years now, I still am wondering how to find the proper balance between attention and art.

So there are more Questions than Answers thus, and probably some questions are answers.

In starting to write this over and over I started with: “before all, I have to say this”, than wanting to say something more important that had to go before that. Before before. So let’s start with where it ends:

Do create!
Create art! Good art.

Thankfully good art can’t be defined. And I you think you can, than it changes. Always change what you expect from it, and even change that.

But now.

The Mondriaan Fund is not ashamed to define good art practice:
“Whether the quality of the artist’s work (…) is relevant for the modern visual arts and whether the same can be expected from the development of the artist’s work. Important for the assessment of this is the relationship between the artistic principles of the artist and the way in which this is expressed in his work. Here, amongst other aspects, the following aspects can be analysed:

the substantive meaning of the concept, the imagination of the artist and the competence with the chosen techniques. Furthermore, it is analysed how the work and views of the applicant relate to the (historical and present day) context.”

So the advice is: don’t follow advice.

 

Your To Do List

 

SO NOW YOUR GAVE SOME ATTENTION
PER EXAMPLE: YOUR TO DO LIST:

  • Work
  • Create Good Art
  • Be Good. Be Curious.GET ATTENTION
  • Screen Shot 2016-02-02 at 12.16.00
  • marketing |ˈmɑːkɪtɪŋnoun [ mass noun ] the action or business of promoting and selling products or services, including market research and advertising. the Western arts of marketing and distribution. [ as modifier ] :  a marketing campaign.
  • Claim my own domain name on the web
  • Host my domain, think of content, style
  • Learn  Wordpress
  • Update
  • Print, Post. Connect.
  • Learn

Connect:

By Mouth

  1. Meet People
  2. Call People
  3. Join a club
  4. Form a club yourself
  5. Get an Agent/Galery/Employer (*)
    ** legal advice **
  6. Get a Price

Art Amsterdam, Kunstrai, W139, SMBA, SM, FOAM, Appel, Galeries: PAKT, Fons Welters, MediaMatic, Arti, DO IT YOURSELF

By Print Handout/By Mail

  1. Card
  2. Flyer
  3. Sticker
  4. Poster FlyerAlarm, Rob Stolk, KeesMaas, JoosMooiDrukwerk

 

By Digital Media

  1. Webpage (get the course by Harold Schellinx!)
  2. Blog
    Wordpress
    Tumblr
  3. Social Media
    FaceBook Page
    FaceBook Event
  4. Twitter
  5. Instagram
  6. YouTube, Vimeo, Soundcloud
  7. Mailman